Participatory Action Research for Positive Change

Burgerparticipatie: hoe je mensen motiveert zonder hen te motiveren

Ik krijg ontzettend vaak de vraag: hoe krijg ik de bevolking of de doelgroep mee in mijn project? Als burgerparticipatie nastrevende gemeente is dat vaak echt een dingetje. Ook hoor ik vaak dat pogingen van de gemeente om burgers aan te laten haken bij hun projecten op niets uitlopen.
Als actieonderzoeker ben je eigenlijk helemaal niet bezig met dit vraagstuk, omdat diezelfde bevolking in zo’n traject zelf de vorm en uitvoering van een project bepaalt. Je hoeft ze dus niet mee te krijgen, want ze doen al mee, vanuit hun eigen intrinsieke motivatie. Het is immers hun eigen project!

 

Is jouw probleem ook hun probleem?

Als startpunt van ieder actieonderzoek bepalen we eerst met de verschillende belanghebbenden hoe zij het probleem of de situatie definiëren. Soms betekent dat, dat je als gemeente een ander startpunt moet kiezen. Spannend, maar de moeite waard!

Een voorbeeld.

Ik herinner me nog goed dat een opdrachtgever haaien tegen uitsterven wilde beschermen rondom (o.a.) de Nederlandse gemeente Saba (in het Caraïbisch gebied). Maar, met name de lokale vissers bleken juist een hekel aan haaien te hebben! Pogingen zoals folders uitdelen waarop het belang van haaien werd uitgelegd liep op niets uit. Haaien zijn voor hen namelijk maar lastige beesten: ze vreten hun vis op en verruïneren hun fish traps. Daarom werd het vertrekpunt het marine ecosysteem in plaats van de haaien. Een breder onderwerp, waarin verschillende belanghebbenden -waaronder de vissers- veel meer ruimte kregen om aan te geven wat zij belangrijk vonden. Uiteindelijk kwamen daar prachtige initiatieven uit, die indirect de haaien (en het marine ecosysteem als geheel) beschermen! Als ik was blijven doorhameren op die haaien, weet ik zeker dat er niets uitgekomen was. Ook bij een actieonderzoek in de L-Flat in Zeist kozen we een ander vertrekpunt: van het door de gemeente gedefinieerde ‘afvalprobleem’ naar het door de bewoners gekozen ‘woongeluk’ (waar het afvalprobleem onderdeel van is). Hoe dat actieonderzoek ging, lees je hier.

 

Onderzoeken van de perspectieven: er is zoveel meer!

De volgende stap in actieonderzoek is het onderzoeken van de perspectieven van de betrokkenen op het onderwerp. Welke oorzaken en gevolgen zien zij? Wat is de ideale situatie volgens hen? Welke initiatieven zijn er in het verleden uitgevoerd op dit probleem, en wat was het effect? Wat is de rol van de verschillende partijen, en hoe is hun relatie? Wat gaat er al goed in de gemeenschap, wat is er in overvloed, wat zijn de successen uit het verleden, op welk vlak dan ook? Welke talenten en middelen zijn er al beschikbaar? En vooral… Welke oplossingsrichtingen stellen de verschillende betrokkenen voor? De tijd nemen om dit goed te onderzoeken is een giga meerwaarde ten opzichte van conclusies trekken vanaf je bureau of een snelle bewonersbijeenkomst. Je bouwt niet alleen een relatie op met de bewoners, maar komt ook veel meer belangrijks te weten dat van cruciaal belang is voor projectsucces! Dit (en het volgende) is waar burgerparticipatie een hele andere dynamiek krijgt. Of, kunnen we het eigenlijk nog wel burgerparticipatie noemen?!

 

Reflectie op de uitkomsten met de betrokkenen: een feest der herkenning en begrip!

Als actieonderzoeker analyseer je alle informatie die je hebt gekregen van de betrokkenen. Vervolgens maak je er een visueel helder totaaloverzicht van. De volgende stap is dé actie waar je als gemeente het verschil kunt maken, die eigenlijk verrassend simpel -of bijna té logisch- is: die resultaten deel je met de betrokkenen. Dat kun je bijvoorbeeld doen in focusgroep-achtige bijeenkomsten. Zo geef je hen ten eerste de kans om hun eigen perspectief in die resultaten te herkennen. Ten tweede geef je hen de kans begrip te krijgen voor de perspectieven (en dus het gedrag en de keuzes) van andere betrokkenen. Vervolgens bepaal je samen met hen welke set aan oplossingsrichtingen de beste combinatie is om het systeem als geheel te verbeteren. Zo krijgt iedereen de kans om op zijn manier bij te dragen aan het grotere geheel (het systeem), dat uiteindelijk mooie resultaten oplevert voor iedereen! Zo bedachten de vissers op Saba bijvoorbeeld een manier om duurzamer op de roodbaars te vissen, wat het marine ecosysteem verder in balans brengt – waar de haaien op hun beurt ook weer van profiteren, onder andere: meer vis = meer te eten!

 

De volgende stap is dé actie waar je als gemeente het verschil kunt maken, die eigenlijk verrassend simpel -of bijna té logisch- is: die resultaten deel je met de betrokkenen. Zo geef je hen ten eerste de kans om hun eigen perspectief in die resultaten te herkennen. Ten tweede geef je hen de kans begrip te krijgen voor de perspectieven (en dus het gedrag en de keuzes) van andere betrokkenen.

 

En wat draagt nog meer bij aan de motivatie van betrokkenen?

Tijdens de latere fasen van het actieonderzoek -als oplossingsrichtingen concreter worden- kun je als actieonderzoeker overgaan op het onderzoeken van de randvoorwaarden van de betrokkenen om er een succes van te maken. Wat hebben zij nodig? Dit is natuurlijk heel specifiek per project. Toch zijn er een aantal algemenere factoren die ervoor te zorgen dat iedere betrokkene vanuit intrinsieke motivatie een bijdrage kan leveren aan het succes van een project. Hier zijn er een paar:

  • Trots: de activiteit verhoogt zijn of haar gevoel van zelfwaarde;
  • Waardigheid: de activiteit verhoogt zijn of haar gevoel van autonomie, onafhankelijkheid en competentie;
  • Identiteit: de activiteit wordt door de juiste persoon uitgevoerd (diegene die het probleem ervaart);
  • Controle: hij of zij heeft een gevoel van controle over: 1) de benodigdheden (hij/zij kan er gemakkelijk aan komen), 2) besluiten (hij/zij mag meebeslissen) en 3) activiteiten (hij/zij heeft de capaciteit om het te doen);
  • Verantwoordelijkheid: hij of zij voelt verantwoordelijkheid over zijn/haar taken;
  • Eenheid: hij of zij voelt zich gesterkt en gesteund door de groep waarmee hij werkt. Het vieren van de eerste successen -hoe klein ook- kan dit gevoel van eenheid versterken.
  • Plaats: hij of zij voert zijn/haar taken uit in een veilige, niet bedreigende omgeving;
  • Locatie: de activiteit vindt plaats op een plaats waar hij of zij zich verbonden voelt.

Al deze factoren dragen eraan bij dat mensen het oprecht leuk vinden om mee te bouwen. En daar komt de motivatie vandaan!

Motivatie zonder te motiveren

Samen met belanghebbenden kun je onderzoeken welke (bovenstaande en/of andere) factoren  er spelen en hoe zij met elkaar die factoren kunnen optimaliseren. Als je merkt dat een betrokkene zijn motivatie verliest, kun je terugkijken naar deze factoren. Wat mist hij of zij? Is er iets over het hoofd gezien? Vervolgens is het heel belangrijk, bijvoorbeeld als gemeente, om hierover met de betrokkenen in dialoog te gaan. In actieonderzoek is en blijft jouw rol als gemeente die van facilitator en blijven de bewoners in de drivers seat. Daarmee maak je als gemeente de transitie van focus op burgerparticipatie naar focus op overheidsparticipatie. Burgers motiveren elkaar en de gemeente springt in waar nodig. Ofwel, motivatie zonder te motiveren!

 

Meer weten over actieonderzoek?

Rest mij nog je op de hoogte te brengen van een heel tof event in Utrecht! Mijn collega Evert Jan van Hasselt en je ik zullen je meer vertellen over actieonderzoek en hoe gemeentes hiermee de co-creatie (en uitvoering) van bewonersinitiatieven kunnen stimuleren. Wees welkom! Meer info en inschrijven